Agriturismo in Umbrië
Loc. Pertana 43, Nocera Umbra (PG), Italie
+390742819009
info@cortedellupo.com
Te voet tussen Umbrië en Marche: de Grote Ring van de Sibillini

We willen U een ware reis te voet voorstellen tussen de schakels van één van de mooiste bergketens in centraal Italië. Het gaat hier om één van de hoogste berggroepen uit de ruggegraat van het Italiaanse schiereiland die de Appenijnen vormen. We vinden er bergtoppen die boven de 2500 meter uit reiken, maar die veel vaker nog tot 2000 meter hoogte gaan. De Monti Sibillini vormen, in het groene hart van Italië, een doelwit waar de liefhebbers van de bergen niet aan voorbij kunnen gaan; en dat geldt vooral voor degenen onder hen die op zoek zijn naar niet vervuilde natuur, naar een landschappelijke omgeving die beschermd wordt binnen het kader van het Nationale Park met de naam van de Monti Sibillini; een omgeving waar geesten vrij rond lijken te waren, waar het landschap vol verrassingen is en waar de mens waren van de hoogste kwaliteit produceert.

Men vindt daar de sporen van de linxen, de berggeiten en de steenbokken en, als het geluk met U is, de vage voetsporen van de wolven, die zich verschuilen in de dalen van het park, vooral bij de Monte Vettore en de Cima (top) del Redentore, bij de Punta Prato Pulito en de Monte Sibilla. De naam Sibilla roept herinneringen op aan de legendarische priesteres uit de Romeinse tijd (in het nederlands Sibylle genoemd), die in staat was het bestaansrecht van mensen en het lot dat hen wachtte te voorzien. Hier vinden natuur, geschiedenis en mythe elkaar, in deze bergen, rijk aan tradities, vol van geschiedenissen van verloren rijken en van geheimzinnige vertellingen uit vervlogen tijden over toegangen tot de hel, verborgen door de meren, over dwalende ridders op zoek naar bovennatuurlijke uitdagingen.

Onze reis gaat dwars door deze bergstreek, die ons laat kennismaken met een steeds wisselend landschap waar de natuur in ontwikkeling is. Het gaat om een traject in de vorm van een ring dat talrijke rustplaatsen in de bergdalen aandoet. Het pad dat dit traject volgt staat bekend als de Grande Anello dei Sibillini (de Grote Ring van de Sibillijnse bergen): negen etapes tussen negen stopplaatsen, rustoorden waar u de nacht in de Appenijnen kan door brengen. Als U voldoende geoefend bent, zullen sommige etapes U vrij kort lijken, om in één enkele dag af te leggen, zodat U tijd en wellicht wat geld kan uitsparen. Het gaat om een gevarieerd percours, dat bijna nooit erg inspannend is en dat door een woeste, ongerepte natuurlijke omgeving gaat, langs aantrekkelijke vestingplaatsjes en dorpen, verborgen tussen de hellingen van de bergen. Tijdens deze tocht van 120 kilometer lang, die overal gemarkeerd paden volgt, komt u niet alleen in aanraking met de landschapswonderen van de streek, maar ook met het historisch erfdeel dat deze koestert; een ontmoeting die bevorderd wordt door de rustplaatsen die aangepast zijn aan hun omgeving.

1° etape: Visso -­ Cupi. Van het historisch centrum van het plaatsje Visso, in de provincie Macerata, volgt men een stuk de antieke weg door het dal van Chienti, langs de hooggelegen grasvelden en weideplaatsen, verspreid over de hellingen van de Monte Careschio, in de schaduw van de indrukwekkende rotswand van de Monte Bove, tot aan het plaatsje Cupi. Tussen de oude, lemen muurtjes en terrassen stuit men onderweg op het heiligdom van Macereto, sinds onheuglijke tijden (vanaf de 5de eeuw n. C.) een doelwit van talrijke pelgrimsvaarders. Tijdsduur ongeveer 4 uur.

2° etape: Cupi – ­Fiastra. Het gaat opnieuw omhoog langs de hellingen van de Costa di Tranquilla en de Monte Val di Fibbia, en vervolgens door het dal Campobonomo. In de maanden mei en juni kunt U er rekenen op het fraaie schouwspel van een landschap in bloei, met name in het begin van dit vrij lichte percours. De tocht gaat voort in de vlakte van Camerino, een diep dal met een rijke vegetatie, met ook nog eens het fraaie Lago (meer) van Fiastra. Daar aangekomen strekt zich tussen de heuvels voor U het dorp Fiastra uit. Op het laatste stuk, afdalend van de Monte Coglia, stuit men op het Castello dei Magalotti, de ruine van een oud toevluchtsoord voor de bevolking, wanneer men moest vluchten voor rovers of andere binnenvallende indringers. Ook dit traject duurt zo’n 4 uur.

3° etape: Fiastra – Monastero. Het gaat om een wat korter en vrij eenvoudig traject, zeker in vergelijking met de trajecten van de komende dagen. Aan het toevluchtsoord in Monastero wordt nog steeds gewerkt. De tocht gaat langs de Pizzo Chioggia van waar men een fraai uitzicht heeft over het Valle (dal) del Fiastrone, met zijn rode rotspartijen en met de beddingen uitgegraven door de rivier Fiastrone. Dan gaat het door de eerste echte bossen op de route langs de oude kloosters van de Clareni, een kleine orde der Franciscanen, dissidenten die door de bevolking tot daar verjaagd werden. Een traject van ongeveer 3 uur.

4° etape: Monastero – ­Garulla. Dit traject voert flink omhoog naar de eerste top van de Ring, namelijk die van Sassotetto. Aan de ene kant ziet men de heuvels van Piacenza die zich uitstrekken tot aan de Adriatische Zee, een zee, die op de dagen dat er helder zicht is, goed te zien is. Aan de andere kant ziet men het bergmassief met als mooiste bergen onder meer Il Berro, il Pizzo dei Tre Vescovi en il Priora. Wanneer het seizoen daar is, bloeien ook hier overal op de velden bloemen als de violen en orchideeën. Voor dit traject heeft men 5 tot 6 uur nodig.

5° etape: Garulla – Rubbiano. Dit korte traject gaat op en neer over de hellingen van de Monte Priora. Na de weideplaatsen voert de tocht ons op een gegeven moment binnen in de nauwe, tot de verbeelding sprekende canyons, uitgeslepen door de rivieren Infernaccio en Ambro (in het gelijknamige dal). Het gaat om beddingen, door het water uitgeslepen in de rotsen die in deze streek roodachtig van kleur zijn; beddingen, waarlangs bossen en velden zich afwisselen en waar her en der watervallen neerkletteren langs de helling van de Priora. Deze tocht biedt ons een rijk landschap en de mogelijkheid om de abdij van de Heiligen Vincentius en Anastasio te bezoeken, waarvan de oorsprong tot het jaar 1000 n. C. gaat. De tocht duurt 3 tot 4 uur.

6° etape: Rubbiano – ­Colle di Montegallo. We komen nu in de nabijheid van de Monte Sibilla, die de naam geeft aan heel de bergketen Sibillini. Het pad gaat eerst steil omhoog, maar daarna even steil omlaag naar het dal van de rivier Aso om opnieuw omhoog te gaan naar het gehucht Altino. Hierna gaat het nog meer omhoog naar de hoogste top op onze reis: de Monte Vettore. Hier bevinden we ons werkelijk in het hart van de Monti Sibillini, dichtbij de Grot van Sibilla, te midden van de kastanje­bossen die deze legendarische bergen hun mythisch aanzien geven. Hier treft men een werkelijk ongerepte, tot de verbeelding sprekende natuur aan. Op het laatste stuk, tot aan Cole di Montegallo, komt men de kerk van de Heilige Maria in Pantano tegen, één van de oudste kerken in heel de streek, uit de 9de eeuw na C. Dit traject duurt 5 uur.

7° etape: Colle di Montegallo­ – Colle le Cese. Het ‘pad van de seizoenarbeiders ( mietitori)’ loopt al eeuwen langs de Monte Vettore; eeuwenlang is het de route geweest waarlangs de seizoenarbeiders van de kust de Appenijnen in trokken om werk op het platteland te zoeken. Zoals gezegd bevinden we ons hier in het meest ongerepte en bergachtige deel van onze reis: langs de rotswanden van de Monte Vettore met zicht op de diepe kloven van het Valle del Tronto. In de verte zien we de Gran Sasso en boven onze hoofden ­als het mee zit­ de koningsadelaren. Deze tocht duurt 5 tot 6 uur.

8° etape: Colle le Cese­ – Campi Vecchio. Een behoorlijk lang traject dat echter grotendeels omlaag gaat. We komen weer langs hooggelegen weidevelden, langs landbouwgronden, langs velden met de linzenaanplant, afgewisseld door een rijke bloemenflora. In de buurt van Campi Vecchio gekomen komt een einde aan de velden en gaat men het het dal van de Campiano in: daar wachten ons opmerkelijke ruines van kastelen; en vestingplaatsjes, uitgestrooid over de hellingen van het dal. De tocht duurt 6 uur.

9° etape: Campi Vecchio – Visso. Het laatste traject van onze tocht voert ons door de bossen van het Valle di Visso. Langs de heuvels van Acquaro gaat het omlaag naar de bedding van de Nera, één van de dalen die richting Norcia gaan, niet alleen sinds onheuglijke tijden een route via welke mensen onderling contact onderhouden, maar ook de verblijfplaats van het dier dat deze streek beheerst: de wolf. Het dier laat zich bijna niet zien, als gevolg van zijn nachtelijke levensstijl; de wolf leeft al duizenden jaren in deze streek van het Valle di Visso, één van de meest afgezonderde zones van het Parco dei Monti Sibillini die wel tot de mooiste behoren. We laten de wolven met rust en gaan opnieuw wat omhoog om aan te komen in Visso, de plek vanwaar onze tocht begonnen is. Deze laatste etape duurt 3 tot 4 uur.

Foto’s van: CC Enrico Pighetti